Ga naar inhoud
Strawberry Orange Banana Lime Leaf Slate Sky Blueberry Grape Watermelon Chocolate Marble
Strawberry Orange Banana Lime Leaf Slate Sky Blueberry Grape Watermelon Chocolate Marble

De gekke striplezer

Members
  • Aantal items

    77
  • Registratiedatum

  • Laatst bezocht

Recente bezoekers van dit profiel

De recente bezoekers block is uitgeschakeld en zal niet meer getoond worden aan gebruikers.

  1. Je vergeet dat Australië een heel eind naar het oosten ligt.
  2. da's een beetje hazrd tegenoverf hardcover.
  3. Per reeks is goed. Beperk je niet tot één site. Kies ook niet altijd voor volledige reeksen als die erg lang zijn. Bijv. alles van de Blauwbloezen in één keer willen verkopone is een beejte utopisch.
  4. Facebook heeft gewoon extra privacy omdat al die ontelbare details over privélevens voor adverteerders niet interessant zijn. De privacy die ze nu "geven" is dus eigenlijk camouflage voor een efficiënter databeheer voor FB zelf.
  5. Facebook gaat echt niet ineens aan liefdadigheid doen Hervorming Facebook Mark Zuckerberg bekeert zich tot de privacy. Maar als Zuckerberg kiest voor privacy, is dat niet gratis. AFP | Reuters Mark Zuckerberg wil de privacy verbeteren. Na tal van privacyschandalen kondigde de oprichter van Facebook in een blogpost aan dat privéberichten op WhatsApp, Instagram en Facebook Messenger zullen worden versleuteld. Alleen zender en ontvanger kunnen ze dan nog lezen, niet meer de mensen van zijn bedrijf. Het is alsof de beroemdste slager ter wereld zegt dat hij vegetariër wordt. Deze week beloofde Mark Zuckerberg, na een jaar vol privacyschandalen, dat Facebook een radicaal andere koers kiest. Hij schetste woensdag in een blogpost een nieuwe toekomst voor het door hem opgerichte socialemediabedrijf. ‘Privacy-gerichte’ sociale netwerken gaan het helemaal worden, volgens hem. Zuckerberg kondigde om te beginnen aan dat de berichtendiensten van Facebook, Instagram en Whatsapp beter samen gaan werken. Gebruikers kunnen dan bijvoorbeeld in Facebook Messenger berichten sturen naar iemand in WhatsApp. Op het eerste gezicht weinig bijzonders, maar het grote nieuws is dat die berichten versleuteld zullen zijn. Dat betekent dat ze alleen te lezen zijn door zender en ontvanger; niet door Facebook. En dat is wat Zuckerberg betreft nog maar de eerste stap naar een privacyvriendelijker internet. De aankondiging maakt veel reacties los, van hoopvol tot ronduit cynisch. De grote aandacht voor het plan is niet vreemd: nooit eerder in de geschiedenis kreeg iemand zo’n grote groep mensen bijeen als Mark Zuckerberg. Facebook heeft 2,3 miljard gebruikers, dochterbedrijf Instagram zeker 1 miljard, WhatsApp ruim 1,5 miljard. Het bedrijf is in veel landen de ruggengraat van het sociale web. Het is vitale infrastructuur voor contact, media, politiek. Als Zuckerberg spreekt, luistert de wereld. Beslissingen in Facebooks bestuurskamer hebben grote gevolgen voor de rest van de interneteconomie, die nu vooral draait om het oogsten van zoveel mogelijk privé-data om reclames zo precies mogelijk op afgebakende doelgroepen te kunnen afvuren. ‘Surveillancekapitalisme’, in de terminologie van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff. Maar is de aankondiging een opzichtige poging om straffen en regelgeving te ontwijken, of is het echt een serieuze breuk met het verdienmodel dat Facebook groot heeft gemaakt? NRC Future Affairs Techredacteur Wouter van Noort over hoe technologie onze samenleving razendsnel verandert. Een huiskamer naast het plein Zuckerberg ziet een toekomst waarin gesloten, versleutelde netwerken bestaan náást de open netwerken die nu de standaard zijn. Dus eigenlijk zegt de slager dat hij óók vegaburgers gaat verkopen. Het plan betekent niet het einde van de tijdlijnen van Facebook en Instagram, waar mensen hun leven delen met honderden, duizenden anderen, en waarbij Facebook gewoon blijft meekijken. De nieuwe optie wordt „een intieme huiskamer naast het publieke plein.” Overigens zijn berichten in WhatsApp al langer versleuteld, en ontstond er vorig jaar een rel omdat de oprichters van WhatsApp Zuckerberg niet vertrouwden dat hij die versleuteling op termijn intact zou laten. Er zijn meer redenen om sceptisch te zijn. Als hij kiest voor privacy, is dat niet gratis. Het bedrijf maakt dik 6 miljard euro winst per kwartaal, en groeit ook nog eens met 39 procent per jaar. Het op maat aanbieden van advertenties met data is de kurk waarop Facebook drijft. Geen liefdadigheidsinstelling Facebook is niet ineens een liefdadigheidsinstelling geworden: hoe wil het gaan verdienen aan zo’n versleutelde berichtendienst? Zuckerberg blijft vaag maar in het gecombineerde systeem (in de media ook wel schertsend Whatstabook genoemd) zitten straks meer mensen dan ooit. Dat is aantrekkelijk voor bedrijven, die staan te trappelen om allerlei diensten zoals klantenservice aan te bieden via bijvoorbeeld WhatsApp. KLM en Coolblue doen dat al. Facebook kan dan commissie vragen. De inhoud van berichten kan Facebook straks niet meer lezen, maar het kan nog altijd veel zogeheten metadata verzamelen: over met wie en waar mensen de dienst gebruiken. Nog steeds handig voor advertenties. die vroeg of laat zullen komen. Het bedrijf kijkt ook goed naar China, waar berichtenapp WeChat is uitgegroeid tot platform voor álles: van games tot OV-chipkaart tot pinpas, een enorme bron van nieuwe data. Vorige week lekten daarnaast plannen uit van Facebook om een eigen cryptovaluta te ontwikkelen voor betalingen in berichtenapps. Zo bezien is het plan geen grootmoedige knieval van Zuckerberg maar een teken dat hij vol inzet op messagingals platform van de toekomst. Niemand kan meegluren En toch: Zuckerberg had ook zijn diensten kunnen samenvoegen zónder versleuteling. Dat hij dat toch doet is dat winst voor privacy, dan kan niemand meer meegluren met die communicatie, ook overheden niet (tenzij zij achterdeurtjes weten in te bouwen). Zuckerberg benadrukt verder het „terugdringen van eeuwigheid”. Berichten en foto’s moeten niet meer voor altijd over het web en Facebooks servers blijven zwerven. Het recht om vergeten te worden zal dan de standaard zijn. De plannen zijn waarschijnlijk een reële verbetering op dat gebied. En het is de vraag of Zuckerberg anders kón. De strenge Europese privacywet AVG kan sinds vorig jaar leiden tot boetes tot wel 4 procent van de wereldwijde jaaromzet, en er lopen inmiddels meerdere onderzoeken. Het Britse parlement vergeleek de leiding van Facebook in februari met ‘digitale gangsters’, wat heel goed een voorbode kan zijn van nieuwe straffen en wetten. Duitse toezichthouders roeren zich ook. Facebook voert momenteel gesprekken met de Amerikaanse handelswaakhond FTC over een mogelijke schikking in een privacyzaak die kan leiden tot een boete van meerdere miljarden euro’s. In Facebooks thuisstaat Californië wordt volgend jaar een nieuwe, veel strengere privacywet van kracht. Al deze zaken hangen als een zwaard van Damokles boven Zuckerberg. De grote vraag is de komende tijd vooral of Facebook echt alle plannen doorvoert, én of consumenten vervolgens kiezen voor privacy. Er is reden om cynisch te zijn: gebruikers kiezen tot nu toe overweldigend voor gemak, niet voor databescherming. En Facebook is in het verleden ronduit onbetrouwbaar en opportunistisch gebleken. Het wilde, regelloze tijdperk van alle data pakken die je pakken kunt, van move fast and break things – dat lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. Maar het surveillancekapitalisme geeft zich niet zomaar gewonnen. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/08/facebook-gaat-echt-niet-ineens-aan-liefdadigheid-doen-a3952608
  6. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/26/een-snoeiharde-afrekening-met-mark-zuckerberg-a3655393 Een snoeiharde afrekening met Mark Zuckerberg Boekrecensie In het pas verschenen Zucked beschrijft een oud-mentor van Mark Zuckerberg wat er allemaal mis is bij Facebook. De tunnelvisie bij de techmonopolist is een gevaar voor de privacy, de democratie, zelfs voor mensenlevens. Bill Gates kon nogal bot uit de hoek komen, herinnert investeerder Roger McNamee zich in zijn pas uitgekomen boek Zucked . Was hij het ergens niet mee eens, dan riep de Microsoft-baas naar de ongelukkige ondergeschikte: „Dat is het domste wat ik ooit heb gehoord!” Agressief misschien, maar het was volgens Silicon Valley-kenner McNamee ook een uitnodiging om Gates te overtuigen van het tegendeel. Onder Gates heerste bij Microsoft een open debatcultuur, waar ook de hoogste baas niet aan ontkwam. McNamee dist de anekdote op om een punt te maken over die andere Harvard-drop-out die techmiljardair werd: Facebookoprichter en -topman Mark Zuckerberg. Bij Facebook durft nauwelijks iemand Zuckerberg tegen te spreken. „Hij staat op een voetstuk”, schrijft McNamee. Tunnelvisie Iedere bedrijfskundige weet dat organisaties die geen interne tegenspraak faciliteren ten prooi kunnen vallen aan tunnelvisie, en dat is volgens McNamee precies wat er bij Facebook is gebeurd: Zuckerberg en zijn rechterhand Sheryl Sandberg regeren als zonnekoningen over een strak gecentraliseerd bedrijf. Daardoor zijn jarenlang zorgen terzijde geschoven over privacy en de invloed van Facebookproducten op de samenleving. Tot het te laat was en het bedrijf werd bedolven onder schandalen over buitenlandse inmenging bij verkiezingen, nepnieuws met dodelijke gevolgen en datalekken met miljoenen slachtoffers. McNamee laat overtuigend zien hoe de Facebooktop verblind raakte door het eigen succes. „Als je in veertien jaar van nul naar 2,2 miljard gebruikers groeit, ga je vanzelf alle goede dingen die over je gezegd worden geloven”, schrijft hij. Ook Facebookwerknemers wilden de gevolgen van hun producten niet zien, of dachten er simpelweg niet over na. „Blijkbaar hebben ze nooit de mogelijkheid overwogen dat wat ze deden verkeerd was”, merkt McNamee op in een passage over het datamisbruik door Cambridge Analytica, de politieke adviesfirma die met de gestolen data miljoenen Amerikaanse en Britse kiezers beïnvloedde. Snoeiharde afrekening Er verschijnen veel boeken over Facebook, maar wat Zucked boven de rest uit tilt, is dat de auteur het bedrijf van binnenuit kent. Durfinvesteerder McNamee, sinds 1989 actief in Silicon Valley, was een mentor van Zuckerberg in de tweede helft van de jaren nul, toen Facebook zijn eerste stappen zette op de weg naar werelddominantie. Hij adviseerde ‘Zuck’ een reeks miljardenbiedingen op het jonge Facebook af te slaan, investeerde zelf in het bedrijf en schoof in 2007 ex-Google-directeur Sandberg naar voren als Zuckerbergs rechterhand. Met andere woorden: McNamee weet waar hij het over heeft als hij interne aangelegenheden van Facebook beschrijft. En hoewel hij sinds 2010 minder direct contact heeft met werknemers van het bedrijf, heeft hij voor het boek verschillende medewerkers gesproken die hem over de laatste ontwikkelingen hebben bijgepraat – en zijn bangste vermoedens hebben bevestigd over de richting die het bedrijf opgaat. Want laat daar geen misverstand over bestaan: ondanks zijn nauwe betrokkenheid bij het bedrijf schreef McNamee met Zucked een snoeiharde afrekening met Facebook. Een blinde obsessie voor groeicijfers zette het bedrijf op een destructief pad, analyseert McNamee, waardoor de ooit idealistische start-up uitgroeide tot een gevaar voor de democratie, volksgezondheid, privacy en vrije concurrentie. Zucked verhaalt over hoe een mentor het vertrouwen in zijn leerling en diens creatie verliest en vervolgens hun grootste criticus wordt. Desillusie McNamee’s verhaal begint als hij in de eerste maanden van 2016 merkt dat Facebook hem telkens de meest polariserende en soms ronduit krankzinnige berichten over de Amerikaanse presidentskandidaten voorschotelt. Hij begrijpt dat het Facebook-algoritme zo is ontworpen dat gebruikers vaker wordt aangeboden wat woede opwekt dan wat nuanceert en corrigeert. Polariserende berichten leveren meer clicks en reacties op, houden gebruikers – de associatie met drugsgebruikers is ook McNamee niet ontgaan – langer aan hun beeldscherm gekluisterd en leveren zo Facebook meer advertentie-inkomsten op. Hij ziet dat Facebook een bericht van The New York Times niet anders behandelt of presenteert dan een in een nepnieuwsfabriek verzonnen verhaal over Hillary Clinton – en hoe dat gegeven, gezien de immense schaal van het 2,2 miljard gebruikers tellende sociale netwerk, een gevaar vormt voor democratieën over de hele wereld. De echte desillusie volgt als hij zijn zorgen aankaart bij Zuckerberg en Sandberg – bij wie hij denkt nog steeds een voet tussen de deur te hebben – maar keer op keer wordt afgewimpeld. Nadat hij de bekende tech-activist Tristan Harris heeft leren kennen, vallen hem de schellen van de ogen: in het Silicon Valley waar hij zijn fortuin verdiende, wordt technologie ontwikkeld die gericht is op het uitbuiten van menselijke zwakheden, en „is privacy een pion geworden die valt te offeren voor het versnellen van de groei”. Hij besluit dat als Zuckerberg en Sandberg Facebook niet willen veranderen, ze daartoe gedwongen moeten worden. Met Harris begint hij het Center for Humane Technology, een activistische groep voormalig Facebook- en Googlemedewerkers gericht op „het omkeren van de digitale aandachtscrisis”. Digitaal monster Zucked levert scherpe, maar niet altijd nieuwe inzichten op over Silicon Valley. Zo beschrijft McNamee hoe theorieën over digitale manipulatie, bedacht door hoogleraar B. J. Fogg van de Californische Stanford-universiteit, hun weg hebben gevonden naar de producten van Facebook en Google. Fogg leerde zijn studenten hoe je de aandacht van internetgebruikers kan ‘kapen’, waarvoor hij onder meer overredingstechnieken uit de psychologie toepaste, 20ste-eeuwse inzichten van propagandisten en onderzoek naar de verslavende werking van gokmachines. De discipelen van Fogg, die nu bij bedrijven als Google en Facebook werken, gebruiken de inzichten om bezoekers langer op de site te houden, eerder de gewenste aankoop te laten doen of de gebruiksvoorwaarden te laten accepteren. Ze zijn daar heel goed in geworden. McNamee: „Wanneer wij mensen op internetplatforms komen, denken we dat we naar kattenvideo’s en berichten van vrienden kijken in een simpele newsfeed. Wat weinig mensen weten is dat achter die lijst met artikelen een grote en geavanceerde kunstmatige intelligentie schuilgaat.” Een kunstmatige intelligentie die ieder van ons perfect kent en perfect weet te bespelen. Valt nog aan te ontkomen aan het digitale monster? Alleen als we verandering forceren, denkt McNamee. Hij pleit voor praktische oplossingen, zoals een verplichte knop op internetplatforms die personalisatie uitschakelt, zodat gebruikers een neutrale versie van de dienst te zien krijgen en de kans vermindert dat ze eenzijdige informatie krijgen. McNamee stelt ook rigoureuzere maatregelen voor, zoals opbreken van tech-monopolies en internetgebruikers absolute controle geven over hun eigen data. Uiteindelijk gaat het hem om het afdwingen van een cultuurverandering in Silicon Valley: „We kunnen doorgaan als schapen of we kunnen een nieuw model eisen: technologie gericht op de belangen van de mensheid.”
  7. Logisch. Jij bent niet gek. De anderen wel. De uitslag van het toernooi vind ik niet relevant voor de stripgeschiedenis. Met of zonder nerven. 🙄
  8. Het is geen humoristische strip, het is een avonturenstrip. Ik vond het best wel goed, en ik ken de dj helemaal niet. Ik ken trouwens geen enkele dj. Ik ken alleen maar halve gares die 250 euro uitgeven aan een mengtafel om tijdens hun verjaardag dj te spelen. Misschien dat ik daardoor zo'n lage dunk heb van dj's. Maar Kid Noize vond ik dus wel goed. Alleen spijtig dat het zo'n lang uitgesponnen verhaal is waarvan het eerste album alleen maar dient om de personages en omstandigheden voor te stellen.
  9. Ik zie geen enkel probleem met die tekstballonnen.
  10. Nu ik toch bezig ben: Het liefst liken we ‘pulpnieuws’ Pulpsites Op Facebook is sensationeel ‘pulpnieuws’ van obscure websites populairder dan nieuws afkomstig van serieuze media. ‘Mensen geboren in Januari (sic), zullen eerder rijk en beroemd worden’. ‘De 18-jarige Tessa heeft een nogal gewaagde foto geplaatst op haar Tinder-profiel’. ‘Edelherten in Oostvaardersplassen worden met bommen afgeslacht!’ Dit soort sensationele berichten, afkomstig van obscure websites, krijgen op Facebook meer likes en reacties dan nieuws van erkende nieuwsmedia als NOS, NU.nl en NRC. Dat concluderen onderzoekers van het Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS) in samenwerking met het Leidse factcheck-initiatief Nieuwscheckers. De onderzoekers analyseerden meer dan 117.000 berichten op de Facebookpagina’s van zogeheten ‘pulpnieuwssites’ en bekende nieuwsmedia. ‘Pulpnieuws’ definiëren ze als nieuws van lage journalistieke kwaliteit (veel kopiëren van andere bronnen, geen eigen onderzoek, geen factchecking), geproduceerd door onbekende mediamerken (met namen als Trendnieuws, Viraaltjes en Dagelijkse video’s), met sensationele inhoud en clickbait-koppen (zoals: Albert Heijn medewerker krijgt kopstoot en klap van klant. En dan doet hij…). Pulp scoort op Facebook beter dan serieus nieuws. Per post halen pulpnieuwssites gemiddeld 429 likes (nieuwsmedia 363), 165 reacties (versus 80) en ze worden gemiddeld 158 keer gedeeld (tegenover 73 voor de nieuwsmedia). De berichten bereiken miljoenen Nederlanders. Meer dan de helft van de ruim tien miljoen Nederlandse Facebookgebruikers heeft wel eens een post van een pulpnieuwssite op Facebook geliket, gedeeld of becommentarieerd. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken worden berichten geselecteerd en ontworpen op basis van maximale verspreidbaarheid. „De sites maken koppen zo prikkelend en sensationeel mogelijk en spelen in op emoties”, zegt onderzoeker Alexander Pleijter. „Het is logisch dat mensen dan sneller op like en share drukken. Berichten van andere nieuwsmedia gaan over serieuzere, minder emotionele onderwerpen, en roepen dus minder interactie op.” Niet per se nepnieuws Pulpnieuws is iets anders dan nepnieuws, omdat het niet verzonnen hoeft te zijn. Toch verschijnt op de sites ook vaak nepnieuws van het type ‘Vrouw bevalt in één keer van elf baby’s ’ of ‘Paardenbloemthee is honderd keer effectiever dan chemotherapie’. Het gevaar is, zegt Pleijter, dat pulpnieuws het serieuze nieuws wegdrukt. „We hebben maar een beperkte tijd om media te gebruiken. Bovendien concurreren de sites op de advertentiemarkt. Daardoor gaat er minder geld naar betrouwbare journalistiek.” De pulpnieuwssites bereiken hun publiek via Facebook, maar verdienen pas geld als mensen doorklikken naar de websites, waar door Google geserveerde advertenties staan. De omvang van de Nederlandse pulpnieuwsindustrie is onbekend. „We kennen de bezoekcijfers niet en weten niet hoeveel de sites opstrijken per getoonde advertentie. Google heeft die informatie wel, want ze weten precies hoeveel geld ze naar de sites overmaken.” Ook is onduidelijk of de sites neplikes hebben gekocht om hun bereik te vergroten. De onderzoekers hebben geen bewijzen voor bots of neplikes gevonden, maar kunnen het gebruik ervan ook niet uitsluiten. Neplikes, per duizend voor een tientje te koop op schimmige websites, worden gekocht omdat Facebookpagina’s met veel volgers en interacties vaker op de tijdlijn van gebruikers terecht komen. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/01/24/het-liefst-liken-we-pulpnieuws-a3651593
  11. En het heeft er wel mee te maken, want we hebben hier de laatste tijd al wat nepnieuws gehoord: ‘Mensen hebben de online revolutie onderschat’ Anne Applebaum De Amerikaanse historica en Washington Post-columnist Anne Applebaum is gespecialiseerd in desinformatie en de bestrijding daarvan. „We moeten kijken naar het elimineren van anonimiteit op internet.” Het probleem van desinformatie wordt „steeds prangender” zei minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) deze donderdag tijdens een Kamerdebat. De Kamer maakt zich zorgen over nepnieuws, de rol van techbedrijven en buitenlandse inmenging tijdens verkiezingen in Nederland. Op 11 maart, ruim een week voor de verkiezingen van de Provinciale Staten en de Waterschappen, begint het kabinet met een campagne om mensen bewust te maken van het fenomeen desinformatie. Het is het onderwerp waar Anne Applebaum haar werk van heeft gemaakt. Ze leidt een programma aan de London School of Economics, Arena, over desinformatie en propaganda in de 21ste eeuw. En ze is in Nederland, voor nog geen vierentwintig uur. De Vrienden van Cobbenhagen, het alumninetwerk van Tilburg University, nodigde haar uit om een lezing te geven over democratie en desinformatie. Ze wil, zegt ze op een werkkamer van de universiteit, geen stereotypisch gesprek over nepnieuws voeren. Zo’n gesprek dat blijft hangen bij de constatering dat nepnieuws schadelijk kan zijn, zonder het te hebben over de strategie erachter. „We praten over iets fundamenteels, over de afbreuk van vertrouwen. Het vertrouwen in democratische instituten, het vertrouwen in universiteiten, de wetenschap.” Applebaum ziet daar nu al de gevolgen van: „Mensen zijn het niet alleen oneens met elkaar over een onderwerp, ze zijn het oneens met elkaar over de feiten, over wat waar is of niet. Ze voeren niet eens hetzelfde gesprek meer, ze praten over verschillende verhalen.” Dat klinkt alsof er geen sprake is van een debat. „Er kan dan geen sprake zijn van debat. Misschien zijn de media in Nederland sterk genoeg om dat te vermijden, maar in andere landen dreigt het maatschappelijke debat te verdwijnen. Kijk naar Polen, of naar de Verenigde Staten. Daar is bijna geen enkele conversatie nog mogelijk, de publieke opinie is enorm verdeeld. En dan heb je echt een probleem.” Wat is dat probleem? „Die polarisatie leidt ertoe dat instituties die als neutraal worden beschouwd, overheidsdiensten, het leger of democratische instituties zoals een parlement, ineens ter discussie worden gesteld. Instituties die al lang bestaan, die het functioneren van een maatschappij mogelijk maken, worden verdacht gemaakt. Ze behoren tot de andere kant, de vijand. Zo wordt dat beleefd. „We weten van meerdere onderzoeken dat gepolariseerde groepen alleen nog maar informatie uit hun eigen groep voor waar aannemen. En juist dat zijn de groepen die het meest vatbaar zijn voor desinformatie. „De fundamentele bron van het probleem is niet alleen desinformatie, het is net zozeer polarisatie.” Uit onderzoek van deze krant bleek vorig jaar dat Russische internettrollen probeerden anti-islamhashtags trending te maken. Vooral Geert Wilders en de PVV kregen steun van die accounts. „Dat past in de strategie van Poetin. De Russen hebben twee doelen in Europa. Het eerste is dat de eenheid binnen de Europese Unie en de NAVO verdwijnt. Poetin is niet bang voor de Europese handelswetten of voor de tanks van de NAVO. Maar wel voor het narratief van democratie, en de aantrekkingskracht die dat heeft op Russen. Europa staat voor persvrijheid, voor rechtsstatelijkheid, voor onafhankelijke rechters. Dat is aantrekkelijk voor Russen. Maar het is ook precies waar Poetin voor vreest, omdat juist dat hem van zijn positie kan verstoten. „De revolutie in Oekraïne in 2014 was daarom zo’n nachtmerrie voor hem. Jongeren eisten met de Europese vlag in de hand verandering. En toen hun president het land ontvluchtte en ze zijn huis plunderden, kon de wereld meekijken: zijn gouden inboedel, zijn dierentuin. Dát is waar Poetin bang voor is. Zo ziet zijn huis er ook uit! Dus probeert hij Europa te ontmantelen, te ondermijnen. Dat doet hij niet alleen met nepnieuws, ook door eenzijdige berichtgeving. In Russische media wordt Europese politiek vaak in verband gebracht met verval, chaos, terrorisme. „Het tweede doel van Poetin is om Europa te verdelen, zodat zijn onderhandelingspositie beter wordt. Als Rusland een-op-een met Nederland praat, of zelfs met Duitsland, dan domineert Rusland het gesprek of het is op zijn minst een gelijkwaardige gesprekspartner. Maar als Rusland in gesprek gaat met de Europese Unie als geheel, dan staat het veel zwakker. Poetin heeft er belang bij om de EU uit elkaar te laten vallen. Dat zou hem de dominante partner maken in alle Europese relaties.” Wat is zijn strategie? „Hij ondersteunt individuen en politieke partijen die anti-EU zijn. Hij bedénkt ze niet, hij heeft de PVV niet bedacht, maar hij zal hen wel steunen, door bijvoorbeeld trollen in te zetten die de boodschap van zulke partijen helpen verspreiden. In Griekenland doen ze dat bij zowel extreem-links als extreem-rechts. In Polen weer alleen bij extreem-rechts, daar steunen ze het anti-Oekraïne sentiment. Ze verschillen van tactiek in elk land, maar het doel is hetzelfde: verdeeldheid in de Europese Unie. „Een andere strategie van Rusland is verwarring zaaien. Wat gebeurde er na het neerhalen van vlucht MH17? De Russen ontkenden niet alleen alle betrokkenheid, ze verspreidden ook heel veel verschillende verklaringen. Het was Oekraïne. Het vliegtuig blies zichzelf op. Ze creëerden honderden versies van de waarheid, zodat niets meer aannemelijk leek. Ze gebruikten exact dezelfde tactiek weer na de poging tot moord op de Russische dubbelspion Sergej Skripal in het Britse Salisbury. Meteen daarna werden er heel veel theorieën verspreid door Russische media. Het was zijn schoonmoeder. Het was zijn neef. Het was de Britse geheime dienst. Alles wat de Russen hoeven te doen om te winnen is om sommige mensen te laten twijfelen aan de waarheid.” Daarvoor is vrije pers er toch juist: de mogelijkheid om de waarheid te presenteren? „Maar journalisten hebben geen monopolie op vertrouwen. Ze moeten nadenken over hoe ze kunnen binnenkomen in echokamers waar ze niet welkom zijn. Ik help een Italiaanse krant om na te denken hoe ze dat kunnen aanpakken. We deden een project over immigratie, iets waarmee Italië veel te maken heeft. En we merkten dat niet iedereen wilde lezen over immigranten als zielige mensen. We kregen reacties als: dat is niet mijn probleem. Dus we onderzoeken nu wat er gebeurt als je onderwerpen anders framet. Als je kiest voor een persoonlijk narratief. Of de fotokeuze invloed heeft. Er zijn mensen die geloven in constructieve journalistiek. In plaats van alleen over het probleem te schrijven, ook de oplossing te zoeken. Je platform gebruiken om mensen bij elkaar te brengen. Dat zou ook een manier kunnen zijn om meer vertrouwen te winnen.” Maar dit legt alle verantwoordelijkheid bij media. Hoe zit het met lezers, kijkers? Hebben zij niet een eigen verantwoordelijkheid? „Dan zou je moeten kijken naar mediawijsheid, op school en daarbuiten. Wat je ook kan doen is mensen de schadelijke kanten tonen van desinformatie. Zoals dat vroeger gebeurde met campagnes over de gezondheidsrisico’s van roken.” In de strijd tegen desinformatie lanceert de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken volgende maand een campagne om het bewustzijn over het fenomeen te vergroten. „Een publieke campagne is een klein deel van het antwoord op nepnieuws. Wat zwaarder weegt, is de rol van sociale media. Een groot aandeel van de verhalen komt van nepaccounts, bots. Eén mens kan tienduizend bots zo programmeren dat ze een nepverhaal promoten. Je kan je afvragen: waarom verdient een computerprogramma vrijheid van meningsuiting? Twitter laat het toe omdat een groot deel van de gebruikers nep is. Het is een manier om hun aantallen accounts hoog te houden. Je herkent die accounts zo. We moeten kijken naar het elimineren van anonimiteit op internet, op zijn minst op mainstream sociale media. Waarom zou iemand anoniem moeten zijn?” Omdat er landen zijn waar je gevaar loopt als je onder eigen naam politieke opvattingen deelt. „Ik weet dat er landen zijn, zoals Turkije, waar dat zo is. Maar ik denk dat de situatie in het westen van Europa echt anders is. Iedereen op Twitter zou een geverifieerd account moeten hebben, zodat gebruikers kunnen kiezen of ze alleen echte mensen willen horen. Er is gewoon al een manier om te bewijzen dat je echt bent.” Daarvoor moet je persoonlijke gegevens delen met zo’n techbedrijf. Niet iedereen vertrouwt ze die toe. „Dat klopt, maar als het alternatief is dat nepaccounts het politieke debat kunnen verstoren, dan… Ik zeg niet dat dit makkelijk is, maar het zijn dingen waarover nagedacht kan worden. „Uiteindelijk komt het neer op twee vragen: wie vertrouwen mensen en waarom. En hoe overtuig je ze ervan dat ze vertrouwen kunnen stellen in wetenschappelijk onderbouwde argumenten.” Waar komt het wantrouwen in beginsel vandaan? „Mensen hebben onderschat hoe groot de online revolutie is. Vroeger was het overzichtelijk: als je The New York Times en een pamflet vol complottheorieën naast elkaar legde, zag je zo het verschil. Op internet ziet alles er hetzelfde uit, het lijkt evenveel waarde te hebben. De site van de NYT, een site met complottheorieën en de blog van je neefje. „Iedere keer in de geschiedenis als er zo’n mediarevolutie plaatsvond, een informatierevolutie, dan had dat een enorme impact op de politiek. De vergelijking die het meest voor de hand ligt, is de uitvinding van de drukpers. Dat was toen iets prachtigs: materiaal dat alleen voor monniken in kloosters beschikbaar was, bereikte ineens het grote publiek. Maar het leidde ook tot de reformatie, kritiek op het katholicisme dat toen mainstream was. En dat leidde weer tot verdeeldheidspolitiek, tot verschrikkelijke religieuze oorlogen die Europa honderden jaren lang verscheurden. „We leven nu in een tijd waarin tegenstanders van de liberaal-democratische status quo een grote stem hebben, makkelijk gelezen kunnen worden. En waarin tegelijkertijd de instituties waarop politiek lang gebaseerd was, vakbonden aan de linkerkant en kerken aan de rechterkant, minder belangrijk worden. Mensen vinden hun eigen, nieuwe gemeenschappen. Die kunnen gebaseerd zijn op een anarchistisch ideaal, niet links of rechts maar anti-systeem. Antipolitiek.” De gele hesjes in Frankrijk. „Ja. Die beweging is niet groot, relatief gezien. Het is geen meerderheid. Maar er is wel heel veel aandacht voor, dat maakt het groot. Je zou ze kunnen negeren, hoewel dat moeilijk gaat als ze de Arc de Triomphe proberen af te branden. Maar wat je wel kunt doen, is het nationale debat verschuiven naar een onderwerp waar het wél over zou moeten gaan. Het interessante van die gele hesjes is dat ze niet links of rechts zijn, het is van alles door elkaar. Wat ze wel delen is haat tegen het systeem. Je kunt ze niet scharen onder één politieke vleugel. Ze hebben geen gezamenlijke ideeën, geen duidelijke eisen. Ze staan niet ergens voor, ze zijn vooral tegen. Moet het gaan over mensen die rellen en geen ideeën hebben, of moet het gaan over iets constructiefs? „Hetzelfde geldt voor de leugens en nepstatistieken die president Trump verspreidt in de Verenigde Staten. De enige manier waarop journalisten en politiek opponenten met hem kunnen omgaan, is door het gespreksonderwerp te veranderen.” Trump heeft traditionele media niet nodig om zijn boodschap te verspreiden. Het is toch juist de taak van media om onwaarheden te benoemen? Als niemand hem tegenspreekt, dan lijken zijn woorden de waarheid. „Je kan het kort benoemen, zonder er dagenlang over door te gaan. En daarna bepalen: nu gaan we het hebben over echte, bestaande problemen: drugsmisbruik, werkloosheid. Dat is het punt: wie beslist waar het land over praat? Dat is een vraag die twintig jaar geleden nog niet gesteld hoefde te worden.” Anne Applebaum (1964) is historica en columnist voor The Washington Post. Ze is hoogleraar aan de London School of Economics, waar ze een programma leidt over desinformatie en propaganda in de 21ste eeuw. Applebaum schreef meerdere boeken over de geschiedenis van Oost-Europa en de Sovjet Unie. In 2004 ontving ze de Pulitzer Prize voor non-fictie voor haar boek Goelag - een geschiedenis. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/23/mensen-hebben-de-online-revolutie-onderschat-a3655131
  12. Een opvallende deelnemer die voor de stoet loopt, is Aäron Fabrice. De 21-jarige uit Oostduinkerke heeft zich volledig gehuld in ballonnen die hij zelf op het strand opraapte. 'Ik ruim al acht jaar de plastic soep op aan de kust', zegt hij. 'We moeten stoppen met het oplaten van ballonnen en het gebruiken van helium. Ze worden allemaal de lucht in gestuurd en waar komt het dan terecht? In de zee, in beken of op het land.' Volgens ballonverkoper Luc Bertrand uit Vichte klopt de redenering van het stadsbestuur van Oostende niet helemaal. "Er bestaat een groot misverstand: ballonnen die worden opgelaten, bestaan niet uit plastic maar uit latex. Ze zijn dus volledig afbreekbaar in de natuur en niet vervuilend", zegt hij. "Zelfs als een dier zo'n ballon zou opeten, is dat niet gevaarlijk. In de Nederlandse stad Utrecht woedde eerder een gelijkaardige discussie, tot een politicus daar voor de ogen van de camera's zo'n ballon opat. En ja, hij leeft nog steeds."
×
×
  • Nieuwe aanmaken...